Bij het vormgeven van de opleiding IPT zijn we uitgegaan van het ‘Competentieprofiel Intensief Pedagogisch Thuishulpverlener’ (NIZW, 2002). Het is onze bedoeling deelnemers aan de basismodule in te laten stromen via een beginassessment. Aan het eind van de basismodule zullen we een zogenaamd basisassessment afnemen.
Een assessment verschilt op een aantal punten van een meer traditionele manier van beoordelen in het onderwijs: het toetsen van kennis door middel van een tentamen.
Bij de term assessment wordt vaak gedacht aan een ‘assessmentcenter’, waarbij sprake is van een combinatie van tests, vragenlijsten, simulaties en gesprekken. Een dergelijk assessmentcenter is echter erg kostbaar om te ontwikkelen en uit te voeren. Gezien de fase waarin de ontwikkeling van de opleiding ITP zich bevindt, leek het ons zinvol te zoeken naar een vorm die minder kosten met zich meebrengt en sneller te ontwikkelen is. Het zogenaamde ‘portfolio-assessment’ lijkt hierbij een geschikte keus.
Het doel van een portfolio-assessment is meerledig:
- het vaststellen van het instapniveau van de cursist (wat zijn de eerder verworven competenties);
- het formuleren van leerdoelen;
- het toetsen of de cursist het basisniveau heeft bereikt en het formuleren van leerpunten voor een vervolgtraject (verdiepingsmodule).
Fasen in het portfolio-assessment
Voorafgaand aan de basiscursus
De cursist krijgt informatie toegestuurd over het samenstellen van het portfolio en het deelnemen aan het assessmentgesprek. Een eerste beoordeling van het portfolio vindt plaats door 2 assessoren. Tevens vindt er een assessmentgesprek plaats. De functie van dit assessmentgesprek is te bepalen wat het ontwikkelingsniveau is van de cursist in relatie tot het te behalen basisniveau van competenties van de opleiding IPT. Uit dit gesprek komt concrete informatie naar voren, waarmee de cursist zijn of haar leerdoelen formuleert.
Tijdens de basiscursus
De cursist verzamelt tijdens het verloop van de basiscursus materiaal en brengt dit in tijdens de cursusdagen en de intervisie, ter bespreking en ter reflectie. Hieruit selecteert de cursist het materiaal om bij het basisassessment aan het eind van de basiscursus in te brengen.
Basisassessment
De cursist beoordeelt het eigen portfolio met behulp van een zelfbeoordelingsmodel en neemt dan de beslissing om het portfolio ter beoordeling in te leveren. Vervolgens beoordelen de twee assessoren het portfolio. Tijdens het assessmentgesprek bevragen de assessoren de cursist op zijn of haar competenties aan de hand van het aangeleverde portfolio.
De functie van dit assessmentgesprek is te bepalen of de cursist het beoogde basisniveau van de basiscursus beheerst. Tegelijkertijd levert dit portfolio en het gesprek ontwikkelingsgerichte informatie op voor een eventuele vervolg-/verdiepingcursus.
Deelnemers zijn vrij om te kiezen wat zij willen opnemen in het portfolio. Het type materiaal wordt vooraf door de docent gespecificeerd. Belangrijk is dat de deelnemers zich bewust worden van wat kan dienen als geschikt materiaal. Daarnaast dienen zij zich bewust te worden van de criteria voor de beoordeling van elk opgenomen werk als ook voor de beoordeling van het portfolio in zijn geheel.
van: Fontys Hogescholen